Biljarttips / Systemen

Sánchez-tweebandensysteem Sánchez · Two-cushion bank

Richtpunt voor de eerste objectbal na twee banden. De parallel gebruikt aankomstpunt Q op de tweede band, niet het balmiddelpunt.

Formule / referentie voor de baan
S → M(S,Q) → C → ∥S · 18 − 11 = 7
Wanneer gebruik je het
Beide objectballen liggen ongeveer 2–4 baldiameters van dezelfde korte band. Voor de laatste bal is nog een derde band nodig.

Geschreven en bewerkt door TTBoys · Hoe we schrijven en bronnen controleren · Fout melden

Bronnen en tekeningen gecontroleerd: 2026-10-11. Vuistregels zijn oefenreferenties voor een bepaalde diamantschaal en stoottechniek. Geometrische constructies worden gescheiden gehouden van echte banen, en er is niets op een echte tafel gemeten. Op mobiel blijft de tafel liggend, zodat de richtingen in de tekst overeenkomen met de tekeningen.

Wat lees je af uit de balstand?

  1. Bepaal Q voor het gewenste raakvlak op de eerste bal. Verbind speelbal S met Q en markeer midden M.
  2. Verbind M met referentiehoek C en schuif de lijn evenwijdig door S zonder te draaien. Verwar de rubberhoek niet met de markering op de rand.
  3. Lees je 11 en 18 op dezelfde lange band, dan geeft het verschil 7 een richtkandidaat. Zeven is geen universeel doel.

Helling en correctie: De bron gebruikt 2–3 pomeransbreedtes boven het midden en een zachte stoot van circa 1,5 bandlengte. Neem die maat niet rechtstreeks over in de app.

S → Q → M

Bepaal Q voor het gewenste raakvlak op de eerste bal. Verbind speelbal S met Q en markeer midden M.

M → C → ∥S

Verbind M met referentiehoek C en schuif de lijn evenwijdig door S zonder te draaien. Verwar de rubberhoek niet met de markering op de rand.

18 − 11 = 7

Lees je 11 en 18 op dezelfde lange band, dan geeft het verschil 7 een richtkandidaat. Zeven is geen universeel doel.

SQMC = 071118
S: speelbal; Q: tweede band; M: midden S–Q; C: hoek. Stippellijnen zijn constructielijnen. 18−11=7 is een schema, geen gemeten baan.

2 → 3

De bron gebruikt 2–3 pomeransbreedtes boven het midden en een zachte stoot van circa 1,5 bandlengte. Neem die maat niet rechtstreeks over in de app.

Q vervangen door het balmiddelpunt verandert de constructie. Plan na twee banden en de eerste bal de derde band en laatste bal, zonder klots.

Oefenen met de voorbeeldstand

Terug naar het rekenvoorbeeld en de balstand ↑

Q vervangen door het balmiddelpunt verandert de constructie. Plan na twee banden en de eerste bal de derde band en laatste bal, zonder klots.

  1. Wijs in de tekening de speelbal aan en het banddoel waar de berekening eindigt. Denk daarna apart na over de banden en de volgorde van de twee aanspeelballen na dit deel van de baan.
  2. Herhaal dezelfde balstand 5 keer en noteer waar de eerste band en het berekende doel werkelijk uitkomen.
  3. Zit de eerste band er al naast, kijk dan naar richting en dikte; klopt de eerste band maar wijkt het daarna af, kijk dan naar effect en snelheid. Verander bij de volgende 5 maar één ding.

Bronnen en controle

Bronnen kunnen verschillende diamantschalen en voorwaarden gebruiken. In de tekst staat welke schaal is gekozen en wat de grenzen van de controle zijn; de tekeningen zijn onze eigen principetekeningen.